Wat zijn de copingsmechanismes die ontwikkeld worden vanuit het syndroom van Stockholm.

Eén van de eerste dingen die gebeuren als je niet gehoord of gezien wordt, in welke vorm dan ook raakt het het basis gevoel van basis veiligheid aan. Deze veiligheid is dat je gevoel “bevestigd” wordt. Een onderscheidt wat gemaakt moet worden is tussen gevoel en emotie. Gevoel is verbonden aan je zenuwstelsel en emotie is de uiting van het signaal van het zenuwstelsel. Wordt het gevoel ondermijnd of gemanipuleerd zal emotie er niet meer goed kunnen zijn. Je alarmsysteem wordt niet meer correct aangestuurd omdat er geknoeid wordt met je basis. Het is geen manipulatie die in je hoofd plaatsvindt maar in je interne aansturing systeem. Met je hoofd is bv. als iets wat je gezien of gehoord hebt, zintuigelijk van aard.

In het gevoel is het je aansturing en deze gaat enkel over jezelf. Kan niet extern “gecheckt of gecontroleerd” worden dat het “bewijs” krijgt. Het enige wat er is is je eigen gevoel, je interne systeem. Je zal in je eigen basis de kracht en veiligheid moeten kunnen halen. In een verstoorde verhouding zit hier de manipulatie op zodat je gevoel geen of geen goede verbinding meer maakt met je zenuwstelsel. Dit is het eerste aanvangspunt waarop loyaliteit voor een dader op een manipulatie ontstaat. Het ontstaat door een persoon maar je zenuwstelsel kan geen onderscheidt meer maken en zal op zowel personen of situaties hetzelfde patroon laten zien. Het gaat verder dan enkel het aanraken van een wond. Het ontwikkeld zich naar patroon toe ipv inhoud. Het ontwikkeld zich als het ware een laag dieper waardoor het ook niet enkel op inhoud op te lossen is.

Intern zal je gevoel enkel in de eerst lagen blijven vanuit observatie en analyse want dat geeft een bevestiging zodat je zenuwstelsel rustig en in balans is. Deze lijkt naar behoren te functioneren echter op een diepere laag is deze afgesplitst. Het zenuwstelsel wordt niet aan het werk gezet. Je alertheid vanuit observatie voedt het zenuwstelsel ipv dat het zenuwstelsel je veiligheid kan geven, de eerste functie van het zijn.

Het zorgt ervoor dat je niet alleen leeft vanuit je hoofd maar ook “voelt” vanuit je hoofd wat geen echt voelen is. Het is analyse, observatie. Het registeert patronen zodat je als het ware leeft op overeenkomsten die je jezelf leert vanuit observatie.

Het onderliggende probleem is echter ook dat de manipulatie, de loyaliteit voor de dader of daders meespeelt, een belangrijke rol speelt in je beoordelingsvermogen daar deze gebaseerd is op wat je is geleerd ipv uit een basis van je gevoel, je innerlijke kompas. Dit zorgt er ook voor dat je iedere “ nieuwe” situatie eerst dient te ervaren, soms vanuit allerlei verschillende perspectieven, invalshoeken om een nieuwe analyse, nieuwe overeenkomsten aan te kunnen maken. Je zal daarom niet juist gewaarschuwd worden van binnenuit. Je zal dezelfde omstandigheden dienen te hebben om eigenlijk jezelf de veiligheid te kunnen bieden omdat je zenuwstelsel je dat niet geven kan. Het lijkt dat je vastzit, niet echt groeit of kan groeien maar wat er werkelijk gebeurd is dat je veiligheid enkel uit herkenning, extern gecreëerde situaties, omstandigheden of mensen komt die je kent. Ongeacht of het goed of slecht is. Het is de herhaling, de herkenning die de veiligheid geeft. Een nieuwe situatie is een nieuwe analyse of herkenning aanmaken. Dit kan verlammend zijn. Het zal je een trauma respons geven zonder dat je door hebt dat je in een trauma respons zit omdat het een continue aanmaken van veiligheid is. Des te meer “informatie” des te meer “veiligheid” omdat je meer hebt om analyses etc. op aan te maken. Verwerken van situaties is eigenlijk het aanmaken van nieuwe herkenningen, patronen die in die situatie weder voor veiligheid zorgen. Zodra als je dus veel informatie, ervaringen hebt dan heb je het gevoel van veiligheid maar je hebt alleen leren functioneren in die omstandigheden zodat je deze niet of moeilijk los kan laten. Je hebt dan namelijk het gevoel van onveiligheid in iets nieuws, iets onbekends. Het oude voelt enkel veilig omdat je het kent, niet omdat het echt goed is. Vooruitgang en groei zal als je het tegen het licht aan houdt in feite “stilstand” of herhaling van iets zijn wat je geleerd hebt in het verleden. Dit omdat je zenuwstelsel je niet op kan vangen zodat je echt kan groeien, naar het onbekende kan stappen.

Wat ook een factor speelt is dat wanneer een ander persoon groeit dit een gevoel van onveilig aan zal raken. Je hebt hun “stilstand” nodig om je veilig te voelen tenzij je dit vanuit observatie en analyse mee kan ervaren. Je lijkt dan ook mee te groeien maar je maakt nieuwe analyses aan om je veilig te blijven voelen. Het dient een zeer hoge mate van voorspelbaarheid te hebben. Iedere “afwijking” zal onveiligheid geven. Je hebt als het ware controle nodig maar niet vanuit nominatie maar vanuit veiligheidsoogpunt.

Dit is een copingsmechanisme die als het ware zich voordoet als je zenuwstelsel waardoor deze niet werkt maar ook niet verder “leert” waardoor je zelf ook niet kan groeien, in welk deel dan ook van je leven. Je zal “situaties” en mensen herhalen omdat dat je veiligheid geeft. Je lijkt stabiel in het leven te staan echter sta je vast en stil.

Doordat je zenuwstelsel niet meer kan blijven ontwikkelen raak je steeds meer de verbinding met je onderbewuste kwijt. Het deel waarin het bekende en het onbekende ligt opgeslagen. Dat je vanuit het onderbewuste leven kan. Je leeft heel bewust maar wel vanuit een beperkt deel van je hele zijn. Als er teveel, tegelijkertijd in het nieuwe op je af komt kan je dit niet meer verwerken en sluit je voor delen af.

Ze zijn er niet of zullen in een hele rauwe vorm zich tonen omdat regulatie er niet is. Het is er of het is er niet. Ook hierin zijn analyses voor je aan het werk. Waar kan je wat laten zien, in welke omstandigheden en bij welke personen. Waar is het veilig op basis van herkenning ipv een echt veilig zijn.

Vorige
Vorige

Waardoor ontstaat begrip voor de dader zodra er context is

Volgende
Volgende

14 jaar en een verkeerd werkend zenuwstelsel